Europese competitie

Naast de Nederlandse Eredivisie zijn er ook diverse Europese competitie. Het Europees Kampioenschap is onder veel mensen de bekendste competitie, maar ook de Champions League kan op veel belangstelling rekenen. Vooral als er Nederlandse clubs aan deelnemen.

Champions League
Deze competitie wordt ook wel het miljoenenbal genoemd. Aan het kampioenschap voor kampioenen doen de beste Europese clubs van Europa mee. Niet alleen de kampioenen van ieder land, want de grotere voetballanden in Europa mogen vaak vier clubs de Champions League insturen. Deze competitie wordt overigens het miljoenenbal genoemd omdat er vele honderden miljoenen worden verdeeld aan prijsgeld en ook de tv-gelden zijn voor veel clubs interessant. Niet alleen voor de grotere clubs uit de grote competities, maar ook voor de kampioen van pak hem beet Zweden is de Champions League een interessante competitie. Zo hield Malmö FF in 2015 circa 15 miljoen over aan de deelname. Ook Nederlandse deelnemers als Ajax en PSV verdienen vaak enkele tientallen miljoenen euro’s aan de competitie.

Helaas maken de Nederlandse clubs weinig kans om de Champions League te winnen. Deze competitie wordt nu eenmaal gedomineerd door een aantal clubs, zij die het meeste geld hebben. Denk aan clubs als Real Madrid, FC Barcelona, Paris Saint-Germain, Chelsea, Manchester United en Manchester City. Overigens gooide Juventus, niet meteen bij de grotere clubs van Europa geschaard, in 2015 hoge ogen met een plaats in de finale. Ook Bayern München is één van de sterkhouders in de Champions League. Deze Duitse club voert eigenlijk het beste beleid van Europa door als één van de weinige clubs geen schulden te maken.

Europa League
Uiteindelijke komen de meeste Nederlandse clubs terecht in de Europa League. Deze competitie is een stuk minder aantrekkelijk dan de Champions League. De verdiensten zijn aanzienlijk lager en ook de publieke belangstelling is vaak tegenvallend. Maar weinig wedstrijden in de Europa League zijn uitverkocht en dat geeft ook wel de status van deze competitie aan. De laatste Nederlandse winnaar van de Europa League, toen nog de UEFA Cup, was Feyenoord. Zij wonnen in 2002 deze competitie.

Europees Kampioenschap
Het Europees Kampioenschap is samen met de Champions League eigenlijk de belangrijkste competitie van Europa. Dit landentoernooi wordt eens in de vier jaar gespeeld en Nederland mocht zich één keer tot winnaar kronen. Dat was in 1988 toen de Sovjet Unie werd verslagen dankzij onder andere een wonderschone goal van Marco van Basten.

 

Favoriete sporten in Nederland?

Er is in Nederland onderzoek gedaan naar de favoriete sport van zowel mannen als van vrouwen. Het betreft hier de sport die mannen en vrouwen het liefst zelf beoefenen. Het gaat dus niet om de sporten die ze het liefst zelfs passief volgen. In het laatste geval zou vooral voetbal natuurlijk op één staan bij mannen. Miljoenen mannen volgen immers ieder weekend hun favoriete club.

Top 10 Mannen

Voor de mannen ligt de voorkeur bij fitness. Gevolgd door voetballen. Wielrennen, hardlopen, zwemmen staan op nummer drie, vier en vijf (je kunt deze sporten samen terugvinden in de triatlon, die dan weer niet in het lijstje voorkomt). Daarna volgt tennis, wandelen, biljarten of snookeren op deze lijst. De enige wintersport staat op nummer negen; skiën, langlaufen, snowboarden. En als laatste is zaalvoetballen. Opvallend is dat het veelal individuele sporten zijn die de mannen uitoefenen. Wat mist is het schaatsen terwijl er sportmannen als Sven Kramer en Koen Verweij toch als groot voorbeeld gezien kunnen worden. Schaatsen blijkt wat dat betreft eigenlijk een regionale sport te zijn, want in veel regio’s is er eigenlijk geen ijsstadion te vinden waar kan worden getraind.

Top 10 Vrouwen

Ook de vrouwelijke voorkeur gaat uit naar fitness. Met als zwemmen een goede nummer twee notering. Groepslessen op muziek (denk aan Zumba) staan op nummer drie. In de lijst staat op nummer vier, vijf en zes: wandelen, hardlopen of joggen, en dansen (streetdance). De laatste vier favorieten zijn: wielrennen, tennis, gym en paardensport. Opvallend in deze top 10 is dat er geen enkele teamsport in voorkomt en ook wederom net als bij de mannen geen schaatsen.

Teamsport top 10

Voor zowel de mannen als de vrouwen staat in de teamsport top tien op nummer een tot en met drie, voetbal, volleybal en hockey. De lijst wordt aangevuld met zaalvoetbal, basketbal, korfbal, handbal, honkbal en als laatste waterpolo. Heel opvallend is dat buiten de laatste alle sporten balsporten zijn.

Favoriete sport van kinderen

Voor de jongens staat op nummer een voetballen, gevolgd door zwemmen en vechtsport. Voor de meisjes daarentegen is ballet/dans de nummer een, zwemmen en gymnastiek staan op nummer twee en drie. Onder tieners is voetbal, fitness en hardlopen erg geliefd.

Het ontstaan van golf

Er zijn veel verschillende sporten met een plotseling ontstaan of die plotseling zijn uitgevonden. Bij het ontstaan van golf is dat niet duidelijk aan te merken. Golfen heeft zich in de loop van de tijd geëvolueerd tot wat we vandaag de dag nog steeds kennen. Sporten die uit het golfen zijn afgeleid zijn sporten als hockey, polo en croquet.

Geschiedenis van golfenIn oude geschriften van de Grieken, Romeinen, Perzen en Egyptenaren wordt al een sport beoefend dat we vandaag de dag kennen als golfen. Een hele tijd is er niks te vinden in geschriften tot 1630. Door de magistraten van Brussel werd een ordonantie uit vervaardigd die het spelen van ‘colven’ verbood binnen de stadsmuren. Er zouden te veel gewonden vallen en te veel schade werd er door de sport aangericht. Na de ordonantie van Brussel gingen er meer steden het voorbeeld volgen en sindsdien is er weer een duidelijke aanduiding van de evaluatie van de sport.

Rond 1650 werd er in Holland golf gespeeld met Schotse klieken, oftewel Schotse stokken. Rond die tijd gingen ook veel ballen van Hollandse bodem richting Schotland. Door die feiten is ook duidelijk dat er golf werd gespeeld op de Hollandse bodem.

Een grote verandering aan het golf is dat de Schotten met een kleinere bal gingen spelen. Voorheen werd er altijd met een grote houten bal gespeeld. Hierdoor kon men veel verder slaan en ontstond er een totaal nieuw spel. Schotten speelden vaak op linksen en door de kleinere ballen werd het spel wat makkelijker. Linksen zijn grote grasvlakten op zanderige grond achter de duinen. De linksen hadden vaak kort gras. Dat korte gras kwam mede dankzij de eigenschappen van het gras, maar het was ook vaak gemeentebezit en de gemeente liet er vaak schapen op staan waardoor het gras nog korter werd. De eerste golfspelers sneden uit het gras een gat en stopten er een jampot in. Vervolgens staken ze een meeuwenpluim erin om aan te geven waar het gat was.

Zaalhockey de regels!

Het spelen van hockey in een zaal is heel anders dan in een veld.
De twee manieren verschillen in basis niet van elkaar.
Zo speel je het met twee teams, een stick en een bal maar dan is het ook gezegd.
Zaalhockey wordt in een zaal bedreven.
Het veld van een zaal is kleiner (waardoor alles ook kleiner is, dit inclusief de cirkel).
Een zaalhockey team bestaat uit 1 keeper, 5 veldspelers en er mogen maximaal zes wisselspelers zijn.
De tijdsduur van een zaalhockey spel is 2 x 20 minuten.

Een bal mag men altijd pushen, maar moet wel laag blijven.
Met één uitzondering als er op de goal wordt geschoten.
In een zaal liggen balken aan de zijkant, welke gebruikt mogen worden.
Bij een foute wissel resulteert het gelijk in een strafcorner voor het andere team.
Mocht dit gebeuren bij veldhockey, dan zal de scheidsrechter op dat moment alleen de aanvoerder aanspreken.
Zaalhockey kent geen corners!
Mocht een bal uitgaan over de achterlijn, dan is dit een uitpush.
Indien er bewust een bal uitgaat, dan heeft de aanvallende partij wel recht op een strafcorner.
Strafcorner mag worden gegeven op de eigen helft indien men een opzettelijke overtreding zijn begaan.

Bij een vrije push geldt bij zaalhockey een afstand van 3 meter, dit in tegenstelling bij veldhockey van 5 meter.

Welke zwemtechnieken zijn er?

Er zijn diverse manieren van zwemmen, zoals je bij iedere sport wel verschillende manieren van beweging kunt ontdekken.
Welke techniek bij jouw past is van veel dingen afhankelijk (ambitie of je bouw bijvoorbeeld).

Onderstaand gaan we in op een aantal technieken:

Schoolslag:
Wellicht voor de meeste mensen een bekende zwemmethode.
Het strekken van de armen in één gelijktijdige positie naar voren om vervolgens naar de zijkant te bewegen.
Op het zelfde moment maak je met de benen openende en sluitende bewegingen.

Deze zwemtechniek hoeft niet veel energie te kosten, zolang je je hoofd maar boven water blijft.
In de Nederlandse zwembaden wordt deze techniek veel beoefend door ouderen en/of amateur zwemmers.
De schoolslag is een ideale methode voor de sociale zwemmer, omdat er prima tijdens deze slag gekletst kan worden.
Het kan ook een stevige workout zijn indien deze bewegingen op een flink tempo worden uitgevoerd.

Borstcrawl:
Deze methode vereist meer uithoudingsvermogen en daarbij ook training.
Borstcrawl is een veel gebruikte zwemmethode bij wedstrijdzwemmen en waterpolo, omdat hierbij snelheid een belangrijke factor is.
De benen worden bij deze slag gebruikt om te flipperen, waardoor het onderlichaam omhoog blijft.
Door de armen één voor één in het water te laten glijden trek je jezelf min of meer door het water heen.

Rugcrawl:
Dit is de snelste manier van een rugslag.
Je ligt in het water met je gezicht naar boven in een horizontale positie.
De functie van de benen is van essentieel belang net zoals bij borstcrawl.
Handen worden bij deze methode langs de romp en de oren gebruikt om jezelf door het water heen te bewegen.
Het lichaam wordt bij deze methode in balans gehouden door een juiste beweging van de beenslag.

Vlinderslag:
De meest nieuwe manier van de zwemtechnieken, welke bestaat.
Deze methode is door weinig mensen beoefend, doordat de vlinderslag veel energie en behoorlijke kracht kost.
Het is bijna de snelste manier van zwemmen, maar gelijk ook de enige waarbij de rug wordt gebruikt.
Het vooruit komen in het water bij deze methode komt voort uit de klassieke schoolslag.
Door de intensiteit van deze zwemslag is deze niet geschikt voor lange afstanden.

Ontstaan formule 1 auto

Formule 1 auto’s zijn er sinds de eerste auto in 1885 op de markt kwam.
Sinds jaar en dag zijn mensen al bezig om te kijken of een auto niet sneller/harder zou kunnen gaan.
Op het moment van de ontwikkeling van een raceauto zijn er wedstrijden ontstaan, waarbij de coureurs konden laten zien wie de beste zou zijn.
In 1894 was de eerste race in Parijs, waarbij Fernand Gabriel de winnaar was.
Deze coureur reed destijds in één Mors.
Gabriel reed in de race een gemiddelde snelheid van ongeveer 105 kilometer per uur.

Na de eerste race kwamen er steeds meer races.
Helaas voor de liefhebbers werd alweer in 1903 de race Parijs verboden, dit kwam door de vele ongelukken.

Het veiliger laten rijden van auto’s werd sinds die tijd een belangrijker deel bij het ontwerpen van snelle motoren.
Er werden zelfs auto’s ontworpen met straalmotoren, welke een hogere snelheid konden halen dan 1.000 kilometer per uur.
De ideeën waren vooruitstrevend, maar met deze snelheden was de auto niet te besturen tenzij je alleen maar op een rechte weg zou rijden.

Na het mislukte project met straalmotoren is men met de ontwikkeling van een racewagen begonnen, welke op een parcours zou kunnen rijden met bochten.
Zo was de formule 1 auto een feit rond 1950, waarna het eerste wereldkampioenschap is ingesteld door de FIA.
In de jaren hierna is de ontwikkeling van de raceauto’s doorgegaan.
Men heeft de auto’s sneller en lichter gemaakt, door de ontwikkeling is er uiteindelijk een vleugel op de auto gekomen.
Een vleugel op een raceauto geeft tegen druk, zodat een auto niet de lucht in zal vliegen met een hoge snelheid.